Even lichtvoetig als onthutsend: de prachtige, aangrijpende debuutroman van Annabel Essink
Als Jonne, eind twintig, onverwachts wordt verlaten door Luuk, met wie ze al jaren samen is, gaat ze naarstig op zoek naar wie ze was vóór hem. In een herinneringendoos vindt ze de schriftjes die ze als meisje volschreef tijdens de jaarlijkse gezinsvakantie naar dezelfde camping in Zuid-Frankrijk. Als bezworen rijdt ze ernaartoe.
De camping blijkt nauwelijks veranderd. Ze sluit vriendschap met de zevenjarige Isa, die haar aan het lachen maakt en afleidt van haar rauwe verdriet. Dan komt een gebeurtenis bij haar terug die ze hoopte te vergeten. Als twaalfjarige werd ze verliefd op de achttienjarige Matthijs. Het leek een klassieke kalverliefde: ze bewonderde hem van een afstand. Maar Matthijs bleek niet zo onbereikbaar als ze vermoedde. Achteraf had ze het idee dat ze hulp had moeten vragen, al wist ze niet goed waarom.
Afgezonderd van haar volwassen leven verliest ze grip op toen en nu. Wanneer het verleden zich verder aan haar opdringt door een onverwachte gebeurtenis, werpt ze haar inschikkelijkheid van zich af.
In De zomer en het meisje schrijft Annabel Essink even lichtvoetig als aangrijpend over liefde, over intimiteit die kwaad doet, en over de smeulende nasleep hiervan.